Van strak tot ruig
Op onze golfbaan is geen plek hetzelfde. Van strak gemaaide greens tot ruige uithoeken: iedere zone heeft zijn eigen karakter en functie. Wat voor golfers geldt, geldt ook voor planten en dieren. Waar de één floreert op kort gras, voelt de ander zich juist thuis in bloemrijke roughs of langs de waterkant. Juist die variatie maakt onze baan niet alleen uitdagend om te spelen, maar ook rijk aan leven.

Over biotoop en habitat
Niet alleen golfers, ook planten en dieren hebben zo hun favoriete plek. Zonder al te technisch te worden, is het voor het begrip van dit artikel handig om het verschil te kennen tussen een biotoop en een habitat.
Een golfvergelijking helpt daarbij: een biotoop is te vergelijken met een baanzone (green, fairway, rough, vijver, bos), terwijl een habitat de exacte plek binnen die zone is. Denk aan de rand van de green, het midden van de fairway of het randje rough.
Een bunker is bijvoorbeeld een biotoop (een droog, open zandmilieu) en een habitat voor onder meer zandbijen. Een rough vormt een biotoop van bloemrijk grasland en is een habitat voor hommels die daar nectar verzamelen. En een vijver met riet is een oever- en moerasbiotoop, waarbij de rietkraag een ideale habitat vormt voor een broedende meerkoet.
Zorgvuldig beheer, verrassend veel leven
Op de Goyer worden deze biotopen met zorg beheerd. Denk aan aangepast maaibeheer, het reguleren van waterpeilen en het aanbrengen van variatie in de vegetatie. Daar profiteren niet alleen de leden dagelijks van, maar het zorgt er ook voor dat de baan verrassend biodivers is. Voor flora en fauna zijn al diverse habitatmaatregelen genomen. De meest zichtbare zijn de verschillende nestkasten voor vogels, takkenrillen in bosjes voor insecten en paddenstoelen en het laten staan van riet langs delen van de vijvers voor rietvogels.
Hoe een golfbaan is opgebouwd
(gemiddelde oppervlakten van een 18-holes golfbaan van circa 55 hectare)
- Greens – 1 ha
- Tees – 1 ha
- Surrounds – 1 ha
- Apron en foregreen – 1 ha
- Fairways – 15 ha
- Driving range – 1 ha
- Semi-rough – 3 ha
- Buitengebied (carry, rough e.d.) – 30 ha
- Clubhuis en parkeerplaats – 2 ha
Totaal – 55 ha

Kort gemaaid, toch levendig
Het gras op de greens wordt tot op 3,2 tot 4 millimeter gemaaid en ligt op een grotendeels zandige ondergrond. Onder dit korte gras leven mieren en regenwormen, en af en toe rust er een insect uit. Merels komen hier graag wormen eten en witte kwikstaarten dribbelen over de greens op zoek naar insecten.
Op de tees is het gras iets langer, rond de 10 millimeter. Daar groeien al meer planten zoals madeliefjes en klaver, en leven onder andere loopkevers.
De fairways, gemaaid tussen de 10 en 15 millimeter, herbergen planten die goed tegen maaien en betreding kunnen, zoals weegbree, duizendblad, klavers en paardenbloem. Kevers, spinnen, zweefvliegen en bijen vinden hier voedsel en vormen op hun beurt weer prooi voor vogels. Zo zien we regelmatig scholeksters foerageren op de fairways. Konijnen, die vroeger ook graag kwamen grazen, worden tegenwoordig nog maar zelden waargenomen.
De ruige kracht van de rough
De biotopen die golfers liever links of rechts laten liggen – de semi-rough en de rough – zijn juist het meest biodivers. De kruiden- en grasvegetatie van de semi-rough is 20 tot 30 millimeter hoog en fungeert als een soort ‘eco-snelweg’ tussen fairway en rough.
Hier doen vooral klaversoorten zoals rode, witte en rolklaver het goed, samen met onder andere smalle weegbree, boterbloem en vogelwikke. Op zandigere delen groeien soorten als schapenzuring, muizenoor en smalle weegbree. Bestuivers zoals wilde bijen, hommels en vlinders (witjes en blauwtjes) vinden hier volop voedsel. Op warme zomerdagen zijn in de namiddag sprinkhanen en krekels te horen. Met wat geluk zie je langs deze randen zelfs een biddende torenvalk op jacht naar muizen.
Ruimte voor natuur
De hogere roughs (51 tot 89 millimeter) worden graag afgespeurd door grotere roofvogels en uilen. Omdat spelers deze zones zoveel mogelijk vermijden, blijven ze grotendeels met rust en krijgt de natuur de ruimte.
Het maaien gebeurt volgens het Ecologisch werkprotocol (2022). Tussen 15 maart en 15 juli wordt bij voorkeur niet gemaaid. Als dat toch nodig is, vindt overleg plaats met een ecologisch deskundige om rekening te houden met aanwezige dieren zoals padden en kikkers. Er wordt stapvoets gemaaid, overdag en van binnen naar buiten, zodat dieren kunnen vluchten. Het maaisel wordt afgevoerd, wat de ecologische ontwikkeling en biodiversiteit verder stimuleert.
In deze roughs bloeien veel planten die insecten en zoogdieren, zoals egels, aantrekken. Margrieten, knoopkruid, echte koekoeksbloem, fluitenkruid, zandraket en akkervergeet-mij-nietjes geven de baan kleur en zorgen voor seizoensvariatie. Dat is belangrijk, zodat niet alles tegelijk wordt gemaaid en er ook in de winter stengels en zaadhoofden blijven staan. Insecten overwinteren hierin en vogels eten de zaden.
De stille uithoeken
Verder weg van fairways en roughs liggen de meest natuurlijke delen van de baan. Hier mogen brandnetels en distels blijven staan. Het zijn ideale plekken voor dagvlinders zoals de dagpauwoog en gehakkelde aurelia, maar ook voor nachtvlinders zoals de grote en kleine beer om hun eitjes af te zetten. De rupsen zijn dol op brandnetels, en gelukkig groeien er ook volop andere bloeiende planten die vlinders aantrekken.
Golfen tussen bloemen
Golfen te midden van bloemen en vlinders? Op veel banen in binnen- en buitenland is dit al realiteit. Met het juiste beheer en zonder extra inzaaien kunnen we ook op De Goyer al veel bereiken. Bloeiende inheemse planten zijn er voldoende. Op sommige plekken kan de natuur een handje worden geholpen door een bij de baan passend inheems bloemenmengsel te zaaien. Dat komt de fauna ten goede én verhoogt het golfplezier. Het vraagt tijd, liefde en geduld, maar het resultaat mag er zijn.

Heeft u de vorige soorten van het seizoen gemist? In onderstaande PDF's kunt u een en ander alsnog teruglezen...
- Putter
- Spreeuw
- Meerkikker
- Hooibeestje
- Lijsters
- Libellen en waterjuffers
- Zwarte watervogels met karakter